Public Food houdt zich als organisatie  bezig met de vraag hoe we duurzaam en gezond eten socialer en inclusiever maken. En dat begint bij een sociale en inclusieve samenleving. Dus richten we ons op maatschappelijke vraagstukken - gezondheidsverschillen, leefomgeving, sociale ongelijkheid, de relatie tussen overheid, markt en samenleving - en het effect daarvan op eten. 

Wat Public Food doet is het vormgeven van nieuwe denkbeelden en het ontwikkelen van projecten en strategieën om die te realiseren. 

1.

Collectieve problemen vragen om collectieve organisatie

2.

De eter als burger i.p.v. consument

3.

Duurzaamheid is een kwestie van diversiteit

4.

Publieke vooruitgang i.p.v. sociale innovatie

5.

Naar een

intersoortelijke politiek

In een systeem dat winst privatiseert en risico’s socialiseert, is risicovol voedsel goedkoop, genormaliseerd, gesubsidieerd en alom beschikbaar. Tegelijkertijd is gezonde en duurzame voeding duur en exclusief. Die realiteit maakt het onrealistisch, ineffectief en onrechtvaardig om de omwenteling naar ‘anders eten’ primair als persoonlijke verantwoordelijkheid te beschouwen. Public Food wil van de noodzakelijke en dringende collectieve omslag van ons menu een brede maatschappelijke opgave maken.

Het is opmerkelijk hoe weinig landen ter wereld de toegang tot gezonde en duurzame voeding hebben verankerd in een publieke voorziening. Denk aan sociale woningbouw, openbaar vervoer, onderwijs, drinkwater, al deze diensten, ofschoon van wisselend kwaliteit, zijn geïnstitutionaliseerd als publieke voorziening. Behalve voeding.

Voedselhervorming na de WWII was gericht op het garanderen van voedselzekerheid. Dit resulteerde in goedkoop voedsel, hoge opbrengsten, goedkope arbeid, bewerkt voedsel, wereldmarkten en commerciële successen. De kosten van dat succes: 2,5 miljard mensen leiden aan onder- of overvoeding en voedselproductie is een van de grootste drivers van de klimaatcrisis.

Mensen zijn geen rationale consumenten die overwogen beslissingen maken in het voordeel van hun eigen gezondheid, noch dat van het ecosysteem waarvan ze afhankelijk zijn. Daarom hebben we een beleid nodig dat mensen in de eerste plaats ziet als burger. Met recht op eerlijke consumptievoorwaarden vanuit een breed maatschappelijk, gezondheids- en milieu perspectief.  

De markt voor gezond en duurzaam eten richt zich voornamelijk op een doelgroep met de beste ‘conversie ratio’. Dat wil zeggen, een groep in de sociale en financiële positie om een bepaalde levensstijl te volgen. Dit wordt weerspiegeld in prijs, marketing en merk strategieën, modellen in campagnes, taal, ontwerp en leidt zo tot de eenzijdige (re)productie van stereotypes rondom gezondheid en duurzaamheid. Niet elke gemeenschap (kan zich) identificeren met dit dominante verhaal. Public Food stelt dat duurzaamheid niet alleen een kwestie is van meer biodiversiteit maar evengoed van meer culturele diversiteit.   

De omslag in de relatie met ons voedsel is zowel politiek als sociaal een proces van de lange termijn. Die transformatie komt onmogelijk van de grond wanneer we niet naar dieperliggende oorzaken en feedbackloops kijken. De effecten van het huidige politiek-economische systeem op onze leefomstandigheden zijn van dermate omvang en complexiteit dat het hoogst tijd is om het grotere plaatje in zijn geheel te herzien. Dit laat zich niet ondervangen door sociale innovatie, convenanten, maatschappelijk verantwoord ondernemen of andere variaties van groen kapitalisme die de status quo verzachten maar grondbeginselen in tact laten. Publieke vooruitgang is meer dan een afvinklijst van losgezongen speerpunten (duurzaamheid / fair trade / lokale economie, etc). En het laat zich lastig verbeelden vanuit de traditionele opdeling van beleidsterreinen die programmatisch en budgettair scherp zijn afgebakend (volksgezondheid / landbouw / economie, etc).     

Naast een brede en rechtvaardige omslag naar plantaardig eten, gaat Public Food ook over een nieuwe kijk op onszelf en de positie die we onszelf in de wereld hebben toegeëigend. Tegenover het normatieve zelfbeeld van de mens als historisch heldhaftig en economisch wezen, plaatsen we een beeld van de mens als onderdeel van een breder en meer gelaagd ecosysteem. Public Food sluit zich aan bij een groeiend wereldwijd pleidooi voor een intersoortelijke politiek. In plaats van een politiek ‘over’ het milieu, hebben we een politiek ‘met’ het milieu nodig. Minder antropocentrisch, voorbij een valse tegenstelling tussen natuur en technologie en meer gericht op de lange termijn